OoguitvloeiÔng, dacryocystitis bij een konijn door calciumtekort.

Traanoog, traanbuisontsteking of dacryoconjunctivitis bij het konijn. Dacryocystitis is een ontsteking van het traanzakje en de traanbuis. Deze ontsteking kan ooguitvloeiÔng veroorzaken. Vaak is een kiesprobleem verantwoordelijk voor het ontstaan van de ooguitvloeiÔng. De traanbuis kan door kieswortelproblemen dichtgedrukt of ontstoken raken. De traanbuis loopt vanaf het onderooglid naar de neusholte. Aan het begin zit een verbreding. Deze verbreding wordt traanzakje of saccus lacrimalis genoemd.



Symptomen.

Bij konijnen kan er door kiesproblemen ook een abces aan de onderkaak ontstaan. Het konijn heeft dan een bult bij de onderkaak die steeds groter wordt. Ook gaat het konijn vaak minder goed eten en is het konijn minder actief. Ook kan het oog uitpuilen.

Door een ontsteking van de traanbuis kan een abces ontstaan. Als de ontsteking heel erg wordt kan door het abces het oog naar buiten gedrukt worden. Zie de CT scan van een konijn met een abces achter het oog. De rechter foto bevat uitleg over wat er op de foto waar is te nemen.

Een CT scan van een konijn met een uitpuilend rechteroog. Een CT scan van een konijn met een uitpuilend rechteroog.

Oorzaak.

De traanbuis kan dichtgedrukt raken door:

  1. een ontsteking of abces door bijvoorbeeld een breuk van een kies.
  2. Doordat er een ontsteking ontstaat als gevolg van losliggende kiezen.
  3. De kiezen kunnen ook de verkeerde kant uitgroeien. In plaats van dat ze naar beneden groeien en op de onderliggende kiezen afslijten groeien ze naar boven het kaakbot in.
De los liggende kiezen en de verkeerde groei worden veroorzaakt door een verkeerde voeding.

Door voedingsfouten kan er een tekort aan calcium (osteodystrofie) ontstaan, zodat het bot van de kaken zachter wordt. De tanden en kiezen komen los te zitten in de tandkas en er kan een ontsteking aan de wortelpunt ontstaan. Ook kan het bot zo zacht worden dat de verankering van de kieswortel in het bot weg is en de kieswortel wordt dan als het ware naar boven gedrukt de bovenkaak in. Zie de foto hieronder. Op de rechterfoto zijn twee kiezen blauw gemaakt die een sterk afwijkende ligging hebben.

Door osteoporose zijn de kiezen sterk afwijkend qua ligging.

Vaststellen van het probleem en de situatie.

Onder sedatie zal de bek van het konijn geÔnspecteerd worden. Om een goed beeld te krijgen worden er ook rŲntgenfoto's van de schedel gemaakt. De stand en de plaats van de kiezen en tanden van het konijn en een eventuele breuk zijn dan goed te zien. Er worden meerdere opnames gemaakt, hierbij is belangrijk om de schedel van het konijn in diverse standen te draaien om een goed beeld te krijgen.

Voor de behandeling.

Voordat we de oorzaak behandelen, bijvoorbeeld een slechte kies of tand, wordt het abces steriel geopend. Pus uit het abces wordt met een swab (een soort wattenstaaf) in een speciale medium gebracht om na te gaan welke bacterie het abces veroorzaakt. In een laboratorium bij de faculteit Diergeneeskunde wordt deze kweek uitgevoerd en wordt er getest welk antibioticum geschikt is om deze bacteriŽn te bestrijden.

Het is van groot belang dat het abces van het konijn grondig wordt schoongemaakt. Het abces wordt zo ruim mogelijk opengelegd en alle pus wordt weggehaald. Met een scherpe lepel worden de randen van het abces schoon geschraapt. Er wordt niet nagespoeld met fysiologische zoutoplossing, waterstofperoxide of betadine oplossing.

Afhankelijk van hoe groot het abces is en op welke plaats het zit wordt ťťn van de volgende behandelingen ingezet:

Behandeling met zalf.

De wond kan vaak niet met zalf behandeld worden, een eigenaar krijgt diep in de mond geen zalf in het gat. Zie foto hieronder. Indien nodig worden aangetaste kiezen getrokken. Het gat in het mondslijmvlies wordt weer dicht gehecht. Als het mogelijk is wordt er een opening in de huid gemaakt. Indien er een opening in de huid gemaakt kan worden, bijvoobeeld onder het oog, dan kan er wel worden gezalfd met een antibioticumzalf. Dit heet met een mooi woord marsupialisatie (= operatie waarbij een cyste of abces (holte met vocht, al dan niet geÔnfecteerd) wordt leeggemaakt en open blijft, zodat het vocht kan blijven aflopen).

Een moeilijk berijkbaar gat.

Behandeling met een doxycyclinegel.

Een tandheelkundig materiaal waarin doxycycline (een antibioticum) opgelost is en waaruit de doxycycline langzaam vrij komt is ideaal om in te hechten in een schoongemaakte holte van een abces. Nadat de gel aangebracht is wordt get slijmvlies van de mond dichtgehecht.

Behandeling, traanbuis spoelen.

Een traanbuis van het oog van een konijn wordt vanuit de traanbuisopening in het onderooglid doorgespoeld.De traanbuis van het konijn wordt vanuit de traanbuisopening in het onderooglid met een spoelvloeistof doorgespoten. Deze vloeistof bevat een antibioticum in een fysiologisch oplossing. Je kan zien dat er wittig materiaal uit de traanbuisopening bij het oog van het konijn gespoeld wordt en dat het uit het neusgat loopt. Als nabehandeling krijgt het konijn oogdruppels om de traanbuis te behandelen



Behandeling, het trekken van een kies.

Kiezen getrokken. De kies of kiezen die het probleem geven worden getrokken. Nadat de kiezen zijn losgeprepareerd worden ze met een extractietang getrokken. De mond is vrij smal en je hebt weinig ruimte om te werken, daarom is het beter om dierenartsen die geen ervaring hebben met kiesextracties bij het konijn om alleen kiezen te trekken die loszitten.

De tegenoverliggende kies of kiezen aan de onderkaak hoeven niet getrokken te worden. Uit ervaring is gebleken dat deze kies niet zal groeien, ondanks dat er geen kies is waarop hij zal moeten slijten. Het lijkt erop dat er druk op de kies uitgeoefend moet worden om uit te groeien. Voor de zekerheid moet het konijn na een paar weken en na een paar maanden op controle bij de dierenarts om de kiezen te controleren.

BO en ABG

Het is belangrijk om door middel van een bacteriŽle kweek (BO) na te gaan welke bacterie(n) er in het abces voorkomen en met een antibiogram welk antibioticum er tegen die bacterie(n) werkt. De meest voorkomende bacterien zijn: Anaerobe bacteriŽn en Pasteurella Multocida. Maar ook Staphylococcus Intermedius, Clostridium en Actinomyces.

Echter anaerobe bacteriŽn worden veruit het meest gekweekt.

Nabehandeling.

De nabehandeling bestaat uit een antibioticum, eventueel een antibioticumzalf en een pijnstiller. Er wordt een antibioticum gegeven in afwachting van de uitslag van de bacteriŽle kweek en het antibiogram (hierin staat welk antibioticum gebruikt moet worden voor het abces). Indien het gegeven antibioticum niet goed is wordt deze aan de hand van de uitslag aangepast. Ook zal het konijn indien het niet uit zichzelf eet gedwangvoederd moeten worden. Gedurende een paar dagen na de behandeling krijgt het konijn een pijnstiller. Hiervoor is het pijnstillende en ontstekingsremmende middel metacam te gebruiken. De pijnstiller is om te voorkomen dat het konijn een stille darm krijgt.

Welk antibioticum geschikt zijn voor een abces bij het konijn.

Onderhuidse Penicilline injecties (deze worden om de dag gegeven meestal 4 weken of zelfs een paar maanden) en lokaal krijgt het konijn een oxytetraoogzalf voor in de wond.

De normaal gangbare antibiotica die bij het konijn gebruikt worden zijn niet geschikt om te gebruiken voor de behandeling van abcessen! Oraal (via de mond) mag er nooit penicilline aan het konijn gegeven worden, als het in de darmen terecht komt ontstaat er namelijk dysbacteriose.

1. Trimethoprimsulfa (Bactrimel, Sulfatrim Drops, etc.)

dringt niet in abcessen door en wordt zelfs afgebroken door pus, dit moet dus niet gebruikt worden!

2. Enrofloxacine (Baytril, Enrofloxaral Drops, etc.)

werken niet tegen anaerobe bacteriŽn. Deze anaerobe bacteriŽn komen vaak voor bij konijnenabcessen.

Bicilline
Bij dierenkliniek Wilhelminapark

Duplocilline De penicilline injectie die Dierenkliniek Wilhelminapart geeft is Duplocilline. Een zogenaamde Bicilline omdat er twee soorten penicillines inzitten namelijk: procaÔnepenicilline en benzathinepenicilline. Dierenkliniek Wilhelminapark in Utrecht heeft hiermee al meer dan 200 konijnen behandeld. Ze hebben nooit dysbacteriose gezien, omdat ze het subcutaan injecteren of laten injecteren. Bij 3 konijnen is er een soort vetnecrose onderhuids (= hard vetweefsel) ontstaan die wegtrok na het stoppen van de injecties.

Bron:dierenkliniekwilhelminapark